Dialoog

Afwisselen tussen verschillende rollen als leerkracht

Tijdens een STEM-activiteit neemt de begeleider (leerkracht) verschillende houdingen aan. Maar wanneer neem je welke houding aan? Kan dat gestructureerd gebeuren? In Doen staat een voorstel tot STEM-activiteit als antwoord op die vragen. 

De leerkracht als coach.

De leerkracht begeleidt de leerlingen in hun denkproces.

  • Vrijheid is nodig in STEM. Maar die vrijheid nodigt leerkrachten ook uit om de leerlingen te 'laten doen'. Nochtans is het belangrijk om rond te gaan en vragen te stellen ook wanneer leerlingen zelf aan de slag gaan.  
  • Om bepaalde denkhoudingen te stimuleren en leerlingen daarin stappen te laten zetten, helpt het om deze regelmatig en duidelijk te expliciteren. Als leerkracht zeg je dus tegen een leerling bijvoorbeeld "Ik zie dat je twijfelt. Kan je dat concreet maken?".
  • Het denkproces begeleiden bij STEM betekent ook de stap maken naar maken/doen/ontwerpen/onderzoeken enerzijds en inhoud/conceptueel inzicht anderzijds.
  • Het denkproces van leerlingen stimuleren, betekent dat het denken zoveel mogelijk bij de leerlingen moet liggen. Dat kan de leerkracht uitlokken door vragen te stellen. Niet elke vraag lokt dieper denken uit. Stel dus open vragen, denkvragen, associatie vragen,... eerder dan reproductie vragen en vragen waarvan het antwoord nodig is om de lesopbouw van de leerkracht verder te zetten (denk aan typische onderwijsleergesprekken). 
  • Stel ook vragen als antwoord op vragen van leerlingen. Zo leg je het denken terug bij de leerlingen. Wanneer je antwoorden geeft op de vragen van leerlingen (of op je eigen vragen) stopt het denken van de leerlingen. Betekent dit dat je nooit een antwoord mag geven? Nee, uiteraard mag dit wel, op termijn is het de moeite om te investeren in veel vragen stellen en zelf weinig antwoorden te geven. 
  • Het geeft ook ruimte aan de leerkracht om actief aandacht te geven aan leerlingen die minder vocaal zijn. Vaak denken ze wel mee maar delen ze dit minder snel. Een nieuw idee van hen kan het project de juiste kant op sturen. 
coach
doventolk

De leerkracht als vertaler.

De leerkracht brengt de leerlingen in contact met nieuwe leerstof/inhouden/concepten. Dit is een rol die leerkrachten goed kennen. Het is interessant om hier even bij stil te staan. Traditioneel zal een leerkracht de inhoud overbrengen als een inhoudelijk expert (die hij/zij ongetwijfeld ook is). Leerlingen hebben echter eigen ideeën en die zijn soms in conflict met de vaak contra-intuïtieve wetenschappelijke invullingen van concepten die worden aangebracht. Het is voor de leerling dan belangrijk om de eigen invulling van een concept te vergelijken met het wetenschappelijke concept. En daarvoor moeten beide invullingen bevraagd worden. Wanneer een leerkracht de nieuwe, wetenschappelijke, invulling van een concept brengt als inhoudelijk expert (en evaluator) zal de leerling stoppen met zelf na te denken over zijn eigen ideeën. 
Daarom stelt STEM3D voor om de wetenschappelijke invulling van concepten over te brengen als een vertaler (zie ook ideeënfabriek). De leerkracht vertaalt de STEM-inhouden naar de leerlingen toe. Deze extra stap geeft leerlingen in de klas de mentale vrijheid om de inhouden te bevragen en grondiger te begrijpen.
Dit kan de leerkracht doen door te zeggen "De wetenschapper zegt ..." 

De leerkracht als veiligheidsexpert

De leerkracht is in de klas verantwoordelijk voor de veiligheid. Wanneer leerlingen een gevaarlijk idee hebben, of foute keuzes maken moet de leerkracht hen hierop wijzen en hen corrigeren. Wanneer leerlingen gereedschap gebruiken of hiermee leren werken dan moet de leerkracht erop toezien dat dit veilig gebeurt en dat de leerlingen de juist procedures gebruiken. 

safety

Verkenning van een stad

We gebruiken graag de analogie van het verkennen van een stad die een STEM-project of concept voorstelt. Die stad is omwald en heeft lanen, straten, steegjes, grote en klein pleinen,... De leerkracht wilt de leerlingen de stad leren kennen.

Dat kan door samen met de leerlingen langs de grote lanen en pleinen te wandelen. Zo hebben de leerlingen zeker de grote bezienswaardigheden gezien. Maar als een leerling later terug in die stad komt zal hij de weg waarschijnlijk niet vinden. Vertaald naar STEM betekent dit dat de leerlingen typische experimenten gezien hebben, maar ze het concept niet ten gronde begrijpen.  

De leerkracht kan de leerlingen ook een overzicht geven van de stad en hen nadien zelf op verkenning laten gaan. Wanneer leerlingen zelf een stad verkennen, zelf hun weg moeten zoeken zullen ze deze beter leren kennen. Dat vraagt vrijheid, er zijn natuurlijk ook voorwaarde aan zo'n stadsverkenning verbonden. 

  • Zo moeten leerlingen gemotiveerd worden om de stad te blijven verkennen en niet op een terrasje te gaan zitten (of te spelen). In STEM zullen leerlingen soms overgaan tot spelen/prutsen met het materiaal (of zelfs niet meer met de les bezig zijn). 
  • Het is belangrijk dat wanneer leerlingen buiten de stad willen gaan de leerkracht aangeeft dat ze binnen een bepaalde grens moeten blijven. In STEM kan je voor elk probleem dat gesteld wordt verschillende oplossingen bedenken. Soms vragen die oplossingen kennis/kunde/materiaal/gereedschap die de leerlingen (nog) niet hebben en ook niet als lesdoel voorop gesteld zijn. Op dat moment mag de leerkracht aangeven dat dit buiten het doel van de les ligt. 
  • Het is interessant om kort de na te gaan of iedereen eenzelfde basis overzicht heeft van de stad. Wanneer leerlingen samen zelfstandig competenties opbouwen is het belangrijk om ervoor te zorgen dat iedereen dezelfde voorkennis heeft. Zo niet zal een leerling die deze voorkennis mist nog verder achterop geraken. 
  • Een vrije verkenning betekent dat leerlingen niet alle grote bezienswaardigheden gaan ontdekken, maar ze vinden misschien wel een prachtig steegje. In STEM trachten we leerlingen concepten en competenties bij te brengen. Of ze dat nu doen met een standaard experiment of ontwerp of via hun eigen onderzoekjes en ontwerpen, dat is minder belangrijk. Zo kan je veel leren over constructies door een brug te maken met houten stokjes, maar je kan er ook veel over leren door een boekenhouder te maken van stokjes om al wandelend te kunnen lezen (dat is niet veilig, niet standaard, maar het zal ook met driehoekige constructies gemaakt worden). 
conceptkaart

In STEM3D ziet zo'n stadkaart er dan uit zoals het voorbeeld links. De centrale vraag, aangeduid in rood, staat centraal (het is de grote markt van de stad). Die vraag leidt leerlingen naar verschillende concepten die allen onderling verbonden zijn via enkel grote concepten (denk hierbij aan grote lanen die door de stad lopen). De bekende toepassingen zijn in het blauw aangeduid (te vergelijken met de grote pleinen van de stad). De leerlingen kunnen onderweg zich vragen stellen bij, en een eigen onderzoek doen naar, elk woord en elk verbindingsstreepje.